Ahnentafel / Pedigree Zuiderent-van Wijgerden
|
Charlemagne / Karel de Grote / Karl der Grosse
(742-814) |
|||
|
Pippijn van Italië Bernard van Italië Pippijn (de Péronne) Heribert I de Vermandois Beatrice de Vermandois Hugues I de Neustrie Hugues I (Capet) de France Robert II de France Henri I de France Philippe I de France Louis VI de France Robert I de Dreux Adèle de Dreux Adèle de Châtillon Maria de Garlande Henri V de Grandpré Henri de Grandpré Gérard de Grandpré Thièrry III de Grandpré Philippa de Grandpré Jean I d'Argenteau Guillaume I d'Argenteau Jacques I d'Argenteau Elisabeth d'Argenteau Bernard van den Bongard
Kasteel
Nijenrode Jan van den Bongaert Cornelis van den Bongaert Catharina van den Bongaert Jan Melsen Croonenburg Tryntje Jans Croonenburg Heyltje Jans Visser Leendert Pietersz Visser Pieter Leendertse Visser Adriaantje Pietersdr Visser Maaike van der Linden Bastiaantje Janna Steenbergen Adriaantje Lijntje den Hartigh |
Lodewijk I „de Vrome“ Karel II „de Kale“ Judith van West-Francië Boudewijn II van Vlaanderen Arnulf I van Vlaanderen Boudewijn III van Vlaanderen Arnulf II van Vlaanderen Boudewijn IV van Vlaanderen Boudewijn V van Vlaanderen Boudewijn VI van Vlaanderen Boudewijn II van Henegouwen Boudewijn III van Henegouwen Boudewijn IV van Henegouwen Boudewijn V van Henegouwen Boudewijn I v. Constantinopel Margaretha v.
Constantinopel Jan I van Avesnes Jan II van Holland (& Heneg.) Aleid van Henegouwen Wolfert III van Borselen Aleida van Borselen Zweder van Heenvliet van Heenvliet Maria van Heenvliet Willem B. van Drenkwaert Maria van Drenkwaert Anna Willemsdr van Alblas Willem van Nuijssenburg Johan van Nuijssenburg Herman van Nuijssenburg Anna van Nuijssenburg Geertruij Cornelis Barendrecht Anna Pieters Hartigveld Geertruij Teunis Roos Neeltje Bestebroer Jacob Monster Cornelis Monster Arie Monster Arnoldus Monster |
Lodewijk I „de Vrome“ Lotharius I van Midden-Francië Lotharius II van Lotharingen Bertha van Lotharingen Boso van Arles Willa van Arles Tuscie Adalbert van Ivrea Otto Guill. de Bourgogne-Ivrea Renaud I de Bourgogne-Ivrea Guillaume I de Bourgogne-Ivrea Ermentrude de Bourgogne-Ivrea (Mechtild) von
Bar Mechtild von
Mörsperg Gottfried I von
Sponheim Gottfried II von
Sponheim Gottfried III von
Sponheim Johann I von Sponheim Gottfried I von
Sponheim-Sayn Engelbert I
von Sayn-Homburg Gottfried II von
Sayn-Homburg Jutta von Sayn Jutta von
Grafschaft Wilhelm von
Nesselrode Stein Swenolt von
Nesselrode Margaretha von
Gevertzhain Ludwig von
Bernsau Wilhelm V von
Bernsau
Schloss
Hardenberg Heinrich Bernsau Maria Bernsau Anna Katharina Spieker Johann Gottfried Üllenberg Engelbert Üllenberg Johannes Engelbertus
Ullenberg Elsje Ullenberg Johannes Engelbertus la Verge Pietronella Margaretha la Verge Evertje den Boesterd |
Pippijn van Italië Bernard van Italië Pippijn (de
Péronne) Heribert I de
Vermandois Cunigonde de
Vermandois Heribert von der
Wetterau Irmentrud von der
Wetterau Gisela von Luxemburg Boudewijn I van Aalst NN Boudewijnsdr van Aalst Jan I van Petegem en Cysoing Jan II van Cysoing Jan III van Cysoing (Mabelia) van Cysoing Hildegonde van Voorne Dirk van Brederode Catharina van Brederode Maria van Polanen Machteld van Heemstede NN Dirksdr van Hodenpijl van Hodenpijl Machteld van den Ho(o)rn Margriet Jan Sijmensdr Heyndrick Aemsz (vd Burch) Jacob Heijnricksz (vd Burch) Hendrick Jzn. van der Burch Adam Hzn. van der Burch Ariaentje Adams van der Burch Simon Dircks van IJssenburg Lijsbeth Simons van IJssenburg Aaltje Eufts van der Kaag Euft Willems Hoek Teunis Hoek Maria Hoek Jacob Willemsz Baars Bastiaan Jacobsz Baars Hendrik Bastiaansz Baars Bastiaan Hendriksz Baars |
|
Jacob Bastiaan Zuiderent |
Jannetje Monster |
Gijsbert Marius van Wijgerden |
Aaltje Baars |
|
Arnoldus Zuiderent |
Plony Nel Margrete van
Wijgerden |
||
|
J.G. Zuiderent & A.J. Zuiderent |
|||
Blue = nobility
Corresponding with the lines 128, 103, 180, 116 published on the
Dutch Karel de Grote
page.
Note: Jacob B.
Zuiderent and Aaltje Baars descent from Charlemagne also via line 129. Several further
descendancy lines to the grandparents are
integrated in the
complete pedigree, most of them however with one or more weak chains (see also
on the homepage under “English”).
Het is
onder genealogen gebruikelijk, iemands afstamming van een bekende historische
persoon (bv. Karel de Grote) in een afstammingsreeks weer te geven. Een
belangrijke uitdaging daarbij is, de filiaties tussen de generaties aan hand
van documenten of in de literatuur gepubliceerde onderzoeken te bewijzen. Het
resultaat is een afstamming met een „papieren bewijs“, d.w.z. bewezen naar
historische en/of juridische maatstaven.
Een exact
wetenschapper, gewend om met waarschijnlijkheden en met fouten in
meetresultaten om te gaan, zal bij zo’n bewijs vraagtekens zetten. Daar echter
in zo’n reeks de biologische afstamming nooit exact bewezen kan worden – ook
DNA onderzoek zal hoogstens bij bepaalde deelreeksen mogelijk zijn – nemen we
in de regel genoegen met een papieren bewijs. Dit temeer daar er uiteindelijk
niets van afhangt dan het gevoel om misschien een miniem stukje erfgoed van een
persoon uit de oudheid in ons te dragen.
Als we
werkelijk kritisch te werk gaan, onstaat er een vrij onzeker beeld van onze
afstammingsreeksen. We moeten minstens met volgende onzekerheden rekening
houden:
Het is
natuurlijk een probleem, deze factoren te quantificeren. Om een idee te
krijgen, hoe zulke fouten zich uitwerken kunnen we aannamen treffen. Zo kan bijvoorbeeld
een foutenkans per filiatie geschat worden. Nemen we aan dat de kans op een
fout bij elke filiatie gelijkelijk 1% bedraagt. De kans dat een filiatie klopt
bedraagt daarmee dus 99%. (Die 1% is waarschijnlijk een te laag percentage,
wellicht moeten we eerder met ca. 5% rekenen, maar laten we niet te
pessimistisch zijn).
Wat is nu
de kans dat een reeks naar Karel de Grote geen onbekende fout bevat? Zo’n reeks
bevat in de regel rond 41 generaties, dus 40 filiaties. De kans dat zo’n reeks
klopt, d.w.z. dat alle filiaties kloppen, bedraagt dan (0.99)40 = 67%. (Bij 5% foutkans per filiatie
daalt de kans dat de reeks klopt zelfs naar 13% !).
In de
praktijk heeft deze wetenschap m.i. minstens twee belangrijke concequenties:
Parallelle
afstammingsreeksen verhogen de waarschijnlijkheid dat een afstamming klopt.
Lopen de reeksen echter geheel of gedeeltelijk via dezelfde personen, beter
gezegd via dezelfde filiaties, dan wordt daardoor deze waarschijnlijkheid weer
verminderd. Dit wordt duidelijk als men bedenkt dat door één foute filiatie
alle reeksen foutief worden die deze filiatie bevatten.
Een paar
rekenvoorbeelden kunnen dit verduidelijken.
Ten eerste
het hypotetische geval van 4 volledig onafhankelijke reeksen (vergelijk ook het
schema boven aan deze page). Dit is in zoverre niet geheel reëel, daar de
ouders van de Proband (P) in meerdere reeksen moeten voorkomen. Ook bij Karel
de Grote (K) is het probleem, dat slechts van 2 van zijn kinderen bewezen
reeksen naar het heden lopen, ook daar dus een paar filiaties die in verschillende
reeksen voorkomen.
2-3-4-5-6-7-8-9-10-1-2-3-4-5-6-7-8-9-20-1-2-3-4-5-6-7-8-9-30-1-2-3-4-5-6-7-8-9-40
2-3-4-5-6-7-8-9-10-1-2-3-4-5-6-7-8-9-20-1-2-3-4-5-6-7-8-9-30-1-2-3-4-5-6-7-8-9-40
P- -K
2-3-4-5-6-7-8-9-10-1-2-3-4-5-6-7-8-9-20-1-2-3-4-5-6-7-8-9-30-1-2-3-4-5-6-7-8-9-40
2-3-4-5-6-7-8-9-10-1-2-3-4-5-6-7-8-9-20-1-2-3-4-5-6-7-8-9-30-1-2-3-4-5-6-7-8-9-40
Zien we van
bovengenoemde details af, dan kan de waarschijnlijkheid dat – bij aanname van
1% foutwaarschijnlijkheid per filiatie –
een dergelijk afstamming klopt als volgt berekend worden. Minstens één
van de reeksen moet kloppen, de kans dat een reeks niet klopt is 1-67% = 33%.
De kans dat alle 4 reeksen niet kloppen is (0.33)4 = 1.2%. Daarmee
is de waarschijnlijkheid dat de afstamming klopt 1-1.2% = 98.8%. Dit is een duidelijk verbetering t.o.v. de 67% die we bij
één reeks berekend hebben! (Bij 5% foutkans per filiatie wordt de kans dat de
reeks klopt verbeterd van 13% naar 57%).
Bij
afhankelijke reeksen wordt de kans dat de afstamming klopt kleiner. Nemen we
bv. aan, dat de reeksen tot generatie 10 verschillend zijn, daarna sluiten ze
op dezelfde „bewezen“ Karel de Grote reeks aan:
2-3-4-5-6-7-8-9-10
2-3-4-5-6-7-8-9-10
P-
-1-2-3-4-5-6-7-8-9-20-1-2-3-4-5-6-7-8-9-30-1-2-3-4-5-6-7-8-9-40-K
2-3-4-5-6-7-8-9-10
2-3-4-5-6-7-8-9-10
De
berekening verloopt nu als volgt. De kans dat de gemeenschapelijke reeks klopt
bedraagt (0.99)30 = 74%. Voor een reeks van 10 filiaties bedraagt de
kans dat hij klopt (0.99)10 = 90%. De kans dat zo’n reeks niet klopt
is dus 10%. De kans dat alle 4 beginreeksen niet kloppen is (0.10)4 =
0.01%, d.w.z. verwaarloosbaar t.o.v. de eindreeks. De kans dat de afstamming
klopt is daarmee gelijk te stellen met die van de eindreeks, d.w.z. 74%, een kleine verbetering t.o.v. de
67% bij één reeks.
A.
Zuiderent, 5 juli 2007.