Stamboom Zuiderent

 Home

copyright ©2019  A. Zuiderent

 

       

Stamboom Zuiderent: zeven eeuwen in rechte lijn  1

 

A. Het naamloze geslacht ‘Allaert’ in de Aalkeetpolder te Maasland. 1

Stamboom ‘Allaert’, ca.1220 - ca.1525. 1

Opmerkingen bij de Stamboom ‘Allaert’ 1

B. Het geslacht Zuiderent in Delfland en het Overmase. 3

Stamboom Zuiderent van ca.1525 tot begin twintigste eeuw. 3

Opmerkingen bij de Stamboom Zuiderent 4

 

 

Stamboom Zuiderent: zeven eeuwen in rechte lijn

                De stamboom bestaat uit twee gedeelten:

            A. Het geslacht ‘Allaert’ te Maasland van ca. 1220 (Allaert I) tot ca. 1525.

            B. Het geslacht Zuiderent van ca. 1525 (Willem Jorisz.) tot na 1900.

 

         A. Het naamloze geslacht ‘Allaert’ in de Aalkeetpolder te Maasland

         Stamboom ‘Allaert’, ca.1220 - ca.1525

Dit geslacht (zonder dit schema) is beschreven in: ‘Een Maaslandse boerentak van het geslacht Van Oestgeest’ in Ons Voorgeslacht van juli/augustus 2018. Te downloaden onder Artikel_OV2018. De niet in het artikel opgenomen stamboom is te downloaden onder stamboom van het geslacht Allaert

 

 

Stamboom_Allaerts

Opmerkingen bij de Stamboom ‘Allaert’

De voorouders van Willem Jorisz. waren boeren in de Aalkeetpolder in het dorp Maasland. Ze hadden voor zover bekend geen familienaam. Daar vaak de naam Allaert en het patroniem Allaertsz. voorkomen, noemen we hen de ‘Allaerts’ of het geslacht Allaert.

 

1a. Oorkonde_Rentebrief_1316
.

De oudste oorkonde van deze familie is een rentebrief uit 1316, waarin een zekere Allaert Allaertsz. een rente verkoopt, gevestigd op 9˝ morgen land. De naam Allaert Allaertsz. betekent dat zijn vader, die we verder niet tegenkomen, ook Allaert geheten heeft. We noemen hem Allaert (I). Onze familietak gaat van hem recht omhoog, acht generaties tot Willem Jorisz.

 

Sarijnenhove

Een tweede familietak, links op het schema, zet zich in Maasland maar drie generaties voort. Willem Allaertsz. heeft alleen dochters, terwijl Dirck Allaertsz. naar Woud Harnasch verhuist (oranje). De boerderij Sarijnenhove blijft in de familie daar Hein Allaertsz. deze van zijn achterneef Dirck Allaertsz. overgenomen zal hebben toen zijn zoon Allaert Heinenz. zelfstandig werd.

 

1. Sarijnenhove
.

Deze statige boerderij, een van de fraaiste van Nederland, blijft in onze familietak (blauwe rand) tot Willem Claesz. als oudste zoon van Claes Allertsz opvolgt. Onze voorvader Joris was namelijk geen boer, maar bode van het Hoogheemraadschap en woonde ‘in de Sonne’ in Delft (geel: stadbewoner). Ook zijn broer Gijsbrecht was geen boer maar priester in Vlaardingen.

 

Schinkelshoek

De tweede boerderij die een rol in de familiegeschiedenis speelt, is Schinkelshoek (rode rand). Dit was een boerderij met 66 morgen eigen land, mogelijk de bakermat van de familie. Hoewel we hem pas met zekerheid bij Allaert Heinenz. tegenkomen, zal Schinkelshoek al een paar generaties eerder in de familie geweest zijn. In de linkse tak woont namelijk Willem Allaertsz. op de hoeve ‘ver Nelle woning’ (donkerrode rand), die vrij zeker een latere afsplitsing was van Schinkelshoek. Daarom lijkt Allaert (I), als gemeenschappelijke voorvader, reeds eigenaar zijn geweest.

 

1b. Schinkelshoek
.

Schinkelshoek blijft via een zijtak minstens tot Dirck Jacobsz. in de familie; mogelijk ook langer via de vrouwelijke lijn. In 1615 trouwt Maritgen Pietersdr., een kleindochter van Willem Jorisz., met Lenert Schinkelshoek (wiens familie intussen de naam van der boerderij aangenomen heeft), waarmee dan bij toeval weer een familielid op deze boerderij woont (boek Zuiderent, blz. 144).

 

Verdere boerderijen

Sarijnenhove en Schinkelshoek blijken niet voldoende te zijn om alle familietakken onder te brengen. Jacob Willem Allaertsz. gaat op de hoeve Jan Scherenwerf wonen (gele rand), die later op zijn zoon Potter Wille overgaat. Diens broer Willem Jacobsz. zien we op de Ver Goytgenhoeve. Mogelijk zijn deze boerderijen door huwelijk in de familie gekomen. Ook Claes Jacobsz., die op de hoeve Avondrust woont, zal deze door zijn vrouw verkregen hebben; zij stamde uit het geslacht Van Naaldwijck, dat ook aangrenzend bezittingen had.

 

De Allaerts lijken geen lenen geërfd te hebben, aanvankelijk lijkt alles – afgezien van pachtland – allodiaal eigendom te zijn. Bij Schinkelshoek blijft dit ook zo, echter niet bij Sarijnenhove. Allaert Aechte Muusz. (alias Allaert Dircksz.) draagt in 1342 het land waarop zijn boerderij ligt op aan de leenkamer Hodenpijl en krijgt het weer als leenland terug. Dit was zinvol om de erfopvolging te kunnen regelen en versnippering van het land te voorkomen. Hetzelfde doet Jacob Willem Allaertsz. in 1429 met zijn hoeve Jan Scherenwerf, die hij opdraagt aan de leenkamer Hontshol.

Eerder kocht Allaert Heinenz. twee morgen leenland, bekend als leen 14 van Hodenpijl (zie H), dat we tot Potter Wille Jacobsz. steeds op de oudste zoon zien overgaan. Over eventuele bewoning door familieleden is niets bekend, het land lag wat verderop bij de Sluispolder.

 

1d. Aalkeetpolder Kruikius

.

De boerderijen Schinkelshoek, Sarijnenhove en Jan Scherenwerf zijn op de kaart van Kruikius van 1721 aangegeven.

 

 

Edele afkomst

De Allaerts waren van edele komaf, ze stamden in rechte mannelijke lijn af van het riddermatige geslacht Van Oestgeest. Hoewel ze als boeren geen adellijke leefwijze meer voerden, genoten ze als welgeborenen het voorrecht om geen ‘schot’, een landbelasting, te moeten betalen. Als plichten moesten ze op verzoek als lekenrechter in de Hoge Vierschaar zitting nemen en in geval van oorlog ‘in het veld liggen en harnas houden’ (dienstplicht). Jaloerse buren, die wel schot moesten betalen, spanden in 1468 een proces tegen hen aan voor het Hof van Holland. De uitspraak van het hof bevestigde hun welgeborenschap en de afstamming in rechte lijn van het geslacht Van Oestgeest. De deelnemers aan het proces herkent men in de stamboom aan hun in rood geschreven namen.

 

Een zegel met wapen komen we bij de Maaslandse boeren niet tegen. Zij gebruikten een handmerk, meestal een kruis met een krul van boven, kennelijk een gestileerd ankerkruis. We zien dit bij de weduwe van Willem Claesz. in 1540.

 

1k.  Handmerk Lidewy 1540 11. Wapen Claes Dircxz. 1523

Joris’ oom Dirck Allertsz. was stadsecretaris van Schiedam. Zijn zoon Claes Dircksz., die hem als secretaris opvolgde, zegelde in 1523 met het ankerkruis, het familiewapen van Oestgeest.

 

De tak Woud-Harnasch

Het ankerkruis als wapen komen we ook in de linker tak tegen en wel bij de nakomelingen van Ysbrant Dircxz. Zijn dochter Catharina was de grootmoeder van Joost Aemsz. van der Burch, een Delftse brouwer en schepen, van wie een portret met zgn. kwartierwapens bekend is, de wapens van zijn vier grootouders.

 

1h. Joost van der Burch 8. Joost vd Burch_ Detail

Het wapen links onder is dat van zijn grootmoeder van vaders zijde, Catharina, met het ankerkruis van Oestgeest. De namen lijken nogal verbasterd: Bo..ch (van der Burch), Woestghest (Oestgeest), Hompijl i.p.v. Hodenpijl, Tsijmenen voor Symonszoon.

 

1j. Joost_Aemszoon_van_der_Burch

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zijn gelijknamige zoon, Joost van der Burch (1490-1570), studeerde rechten te Orléans en werd in 1522 door Karel V tot lid van de Raad van Brabant te Brussel benoemd. Hij bekleedde dit ambt tot zijn dood in 1570. Op dit portret laat Joost de wapens van zijn acht overgrootouders afbeelden. Links die van zijn vaders kant, waar weer het Oestgeestse ankerkruis te zien is. Dit portret wordt sinds kort aan de beroemde schilder Jan van Scorel toegeschreven.

Opmerking: Merkwaardigerwijze noemt zich deze Joost niet Joost Joostz. van der Burch, maar evenals zijn vader Joost Aemsz. van der Burch. Een merkwaardige gewoonte die we in die tijd wel meer in Delft tegenkomen.

 

Zie: www.academia.edu/35462793/A_New_Attribution_to_Jan_van_Scorel_The_Portrait_of_Joost_Aemsz_van_der_Burch_and_the_Artist_s_Portrayals_of_Great_Lords_of_the_Netherlands_

 

 

 

 

 

         B. Het geslacht Zuiderent in Delfland en het Overmase

         Stamboom Zuiderent van ca.1525 tot begin twintigste eeuw.

Dit geslacht is beschreven in: Geschiedenis van de familie Zuiderent, Een oer-Vlaardings geslacht uit Maasland, ‘zijnde van den wapene van Oestgeest’, (Rotterdam 2012). Het schema vindt men op blz. 69 van genoemd boek, als pdf. downloaden: Familietakken, stamboom

 

 

 

 

Stamboom_Zuiderent

Opmerkingen bij de Stamboom Zuiderent

De stamboom begint bij Willem Jorisz., aanvankelijk timmerman van Delft, dan boer op het gebied van zijn voorouders in Maasland. Zijn vader Joris Claes Allertsz., geboren in Maasland, was bode van het Hoogheemraadschap Delfland en woonde in Delft, waar Willem opgroeide.

 

2f. Maasland_ZuideindeCornelis Willemsz. neemt als eerste de naam Suijderent aan, daar hij in Maasland aan het Zuideinde woonde. Zijn broer noemt zich Jan de Blancke.

 

 

 

 

Cornelis woonde ‘aen de Commandeurspolder kade aen de Zuijtsijde vanden Dorpe van Maeslant’

De grijze strook rechts beneden behoorde tot het land van Cornelis. De boerderij stond links hiervan aan de kade van het riviertje de Gaag.

 

 

 

De Delflandse takken sterven in mannelijke lijn uit. De takken van Willem en Joris zetten zich 1-2 generaties tot 1707 resp. 1721 in mannelijke lijn voort. De Maaslandse tak van Leendert bloeit tot het overlijden van Arij Zuijderend in 1834, nadat reeds in 1815 met de verkoop van de hoeve en buitenplaats ‘Huis te Middelvliet’ het einde van de Maaslandse Zuiderents als landbouwerfamilie gemarkeerd was.

Het langst zet de tak in het naburige Kethel zich voort. Dit weliswaar via de buitenechtelijke zoon van Adriana Zuiderent, de schaapherder Abram Zuiderent, die in 1893 te Overschie wordt begraven. Hij was de laatste Delflandse Zuiderent.

 

Beroepen

De kleuren in de boom geven de beroepsgroepen aan. Groen zijn de agrariërs, voornamelijk in Maasland en omgeving. Twee broers, Cornelis en Claes, worden beide wagenmaker, Cornelis in Vlaardingen en Claes eerst in Charlois, later in Strijen. De verdere oranje gekleurde personen waren smid, zowel hoef- als grofsmid. Alle huidige Zuiderents stammen af van de smedentak te Strijen. Als Bastiaan Zuiderent in 1775 niet op 50-jarige leeftijd was getrouwd met de 19-jarige Cornelia Koetsveld, dan zou de naam Zuiderent zijn uitgestorven.

 

 

 

Smederij_Strijen Smederij_'s-Gravendeel

.

De smeden sterven uit, eerst in Strijen, waar Jan Zuiderent, die tevens paardendokter was, de smederij in 1849 verkoopt. Zijn zoon en opvolger Bastiaan was op 26-jarige leeftijd overleden terwijl zoon Hendrik, smidsknecht, kennelijk geen ambitie had. Vervolgens in ’s-Gravendeel in 1875, als Huig Zuiderent op 34-jarige leeftijd overlijdt.

 

Smederij_Heerjansdam

.

De laatste uitstervende smedentak is die in Heerjansdam, waar Cornelis Zuiderents twee zonen, Huig en Willem, geen kinderen hadden en de smederij in 1923 werd verkocht.

 

Merkwaardigerwijs komen later weer drie boeren in de familie voor. En wel Pieter die bij zijn stiefvader, die boer is, opgroeit, vervolgens Arie die met een boerendochter trouwt en tot slot Bastiaan, eerst bakker, dan herenboer in ’s-Gravendeel.

 

Verder zien we als ambachtslieden: Arie in Mijnsheerenland als timmerman en caféhouder, verder Aart als meubelmaker en -schilder te Rotterdam en tot slot Aart te ’s-Gravendeel, grondlegger van de schildertak.

 

Kooplieden zien we in de Schiedamse tak, waar ze een zuivelwinkel bedrijven. Verder de jong overleden Huig Bastiaan, foerage- en graanhandelaar in de Amstelveense tak. Tot slot de Koopmanstak van Arie Huig te Rotterdam en de Fabrikantentak van Huig te Zundert.

 

Handmerken en wapens

Het ankerkruis van Oestgeest vinden we bij de Maaslandse boerenfamilie vaak terug in hun handmerk. Het is een recht staand kruis, veelal met een krul van boven, zoals in 1637 bij Lijsbeth Cornelisdr., de weduwe van Jan de Blancke.

 

merk Lijsbeth Cornelisdr. 1637 JPG

.

Hoewel het vaak een recht kruis zonder krul was, betekende dit niet dat het als kruisje diende voor mensen die niet schrijven konden. Dit wordt duidelijk bij Willem Cornelisz., die meestal, bv. in 1663, voluit ondertekent terwijl hij in 1642 een kruis i.p.v. zijn achternaam voldoende acht.

 


.

Bij de zonen van Arij Cornelisz. komen we voor het eerst weer het officiële ankerkruis tegen. En wel bij Cornelis Ariensz. als schepenzegel. Hij was lid van de vroedschap van de stad Vlaardingen (1701-1707).

 


.

Zijn broer Arij was boer, schepen en kerkmeester in Maasland. Bij hem vinden we het ankerkruis terug op zijn grafsteen in de Maaslandse kerk (1677).

 

Herinneringscultuur

In generatie V was kennelijk de herinnering aan de afkomst van de familie nog levend. In de huidige generaties was men dit vergeten. Tot welke generatie zou men dit nog geweten hebben? Vermoedelijk in de Maaslandse tak vrij lang. We zien Leendert Zuiderent in 1724 hulde doen bij een leenoverdracht in Roelofarendsveen, een plaats dicht bij Oestgeest. Hoewel de achtergronden niet duidelijk zijn, zal zijn welgeborenschap bekend zijn geweest, ook als de privileges toen al lang afgeschaft waren.

Bastiaan Zuiderent (geb. 1724) zal nog wel geweten hebben dat zijn beide oudooms het wapen voerden. Zeker bij een bezoek aan Maasland zal hem het graf zijn getoond. Zijn zoons, Jan, Arie en Huig, zijn de laatsten met een handtekening waarin de laatste letter t duidelijk de vorm van een kruis heeft (1815).

 

Huig bij huwelijk Strijen 1812
.

Hetzelfde zien we bij de meeste leden van zijn voorgeslacht, we vermoeden een samenhang met het ankerkruis. In de volgende generaties, dus na de Franse tijd, is deze herinnering vermoedelijk verloren gegaan. Het was in die tijd ook geen voordeel meer om van een  bevoorrechte klasse in de oude standenmaatschappij af te stammen. Onder het motto ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ had men zelfs op veel grafstenen de oude familiewapens uitgehakt.

                                                                                            

 

Augustus 2019, Arnold Zuiderent