DNA

 Home

copyright ©2007  A. Zuiderent

 

 

 

De oer-Vlaardinger was een Zuiderent 1

Links. 3

Toevalige gelijkenis?. 3

DNA-Match der Familie Zuiderent mit einem 1000 Jahr alten Skelett 6

DNA match of a Zuiderent family member with a 1000 years old skeleton. 7

Genografie. 9

Mannelijke en vrouwelijk afstammingslijnen. 9

Haplogroepen. 10

Migratieweg van haplogroep R1b. 11

De “Friese” subgroep R1b_U106. 12

Waren de Zuiderents Friezen?. 13

“Zonen van Adam”. 14

Nomenclatuur 15

Bronnen/Literatuur: 15

 

De oer-Vlaardinger was een Zuiderent

 

De zoektocht naar de oer-Vlaardinger heeft een match opgeleverd. De Rotterdamse tandarts Eduard Zuiderent is de moderne ‘oer-Vlaardinger’. Dit heeft de burgemeester van Vlaardingen Tjerk Bruinsma vrijdag 6 juli 2007 in de Grote Kerk van Vlaardingen bekendgemaakt. Het DNA van de tandarts komt overeen met die van een man die ruim duizend jaar geleden leefde. Zuiderent is op basis van DNA-onderzoek in mannelijke lijn verwant aan een duizend jaar oude man die archeologen begin 2002 in het Vlaardingse stadshart hebben opgegraven. De tandarts uit Rotterdam kon aan de hand van genealogische gegevens aantonen dat zijn rechtstreekse voorvader Willem Jorisz. in 1549 in het aan Vlaardingen grenzende Maasland woonde. Eduard Zuiderent is zeer geïnteresseerd in genealogie en bezoekt vaak het Stadsarchief in Vlaardingen om onderzoek te doen naar zijn voorgeslacht.

 

Het onderzoek vond plaats naar aanleiding van de vondst van 45 graven in een deel van een duizend jaar oude begraafplaats op de locatie „gat in de Markt“ te Vlaardingen. Op een stuk van 5 bij 5 meter, 5 meter diep werden 41 kisten gevonden met menselijke resten. De conserveringsomstandigheden bleken uitstekend te zijn, niet alleen het botmateriaal, maar ook het hout van de kisten en zelfs het stro waarmee de lichamen duizend jaar geleden waren afgedekt, verkeerden nog in zeer goede staat. Dit stemde hoopvol met betrekking tot het aantreffen van oud DNA in het skeletmateriaal. Voor het onderzoek is uit een aantal schedels een kies getrokken. De kiezen zijn vervolgens overgebracht naar het Forensisch Laboratorium voor DNA Onderzoek (FLDO) van het Leids Universitair Medisch Centrum waar DNA-deskundige prof.dr. Peter de Knijff het materiaal heeft geanalyseerd.

 

Het is hiermee voor het eerst in Nederland gelukt om met hulp van DNA-onderzoek een periode van duizend jaar te overbruggen. De match is gebaseerd op gedetailleerd Y-chromosoom DNA-profiel dat exact hetzelfde is aangetroffen in de duizend jaar oude schedel. Het Y-chromosoom wordt van vader op zoon zonder noemenswaardige veranderingen doorgegeven. Het betreffende Y-chromosoom DNA-profiel komt overigens heel zelden in Nederland voor. Prof. dr. P. de Knijff van het Leids Universitair Medisch Centrum is zeer tevreden over het resultaat en noemt de match dan ook een ’pareltje op de Vlaardingse kroon’.

 

Professor dr. P. de Knijff gaf op de bijeenkomst in Vlaardingen aan, dat het mannelijke Y chromosoom DNA bevat dat vrijwel onveranderd, van vader op zoon dus, wordt doorgegeven. Hij legde uit dat er van 24 van de menselijke resten bruikbaar DNA was getraceerd. Hiervan waren de DNA profielen met behulp van de computer zichtbaar gemaakt. Vervolgens werden de DNA profielen van de 88 mannen ingevoerd, die aan het onderzoek hadden meegedaan en waarvan de voorouders uit de buurt van Vlaardingen stammen. Hieruit kwamen 3 profielen die op een mogelijke verwantschap wezen. 2 profielen waren vrijwel identiek, die weken echter op 1 punt af. 1 Profiel was identiek aan dat van een 45 jarige man uit de 11e eeuw… Nu zegt dat nog niet zo heel veel, dus werd nagegaan hoe vaak dit specifieke stukje DNA voorkwam in de database. Hieruit bleek dat het DNA bij 50 van 23.000 Europese mannen voorkwam. In Nederland was op 2.000 mannen slechts van 1 man het DNA identiek. De DNA structuur was dus uniek en er kan met 99,5 % zekerheid gezegd worden wie de oer-Vlaardinger is...

 

Het duizend jaar oude DNA dat matcht met dat van Zuiderent, is dus van een circa 45-jarige man. Opvallend aan zijn schedel zijn sporen van geweld. De man heeft aan de rechterkant twee duidelijke deuken naast elkaar in zijn schedel. Dit wijst erop dat hij zeker twee keer flink geslagen is met een hard stomp voorwerp. De man heeft de klappen wel overleefd, aangezien de fracturen weer mooi geheeld zijn.

 

Het Vlaardingse materiaal is met name interessant omdat het afkomstig is uit een periode dat Vlaardingen een turbulente ontwikkeling doormaakte. Zo bouwde graaf Dirk III er kort na 1000 een burcht en ontwikkelde Vlaardingen zich tot een belangrijke handelsplaats met een eigen muntslag. Dirk versloeg 1018 in de slag bij Vlaardingen het rijksleger van zijn oom keizer Hendrik II. Uit archeologisch onderzoek bleken enkele Vlaardingse grafkisten voor een deel gemaakt te zijn van oude gesloopte Vikingschepen, mogelijk afkomstig van Deense Vikingen die zich in Engeland hadden gevestigd. Uit diverse windstreken kwamen er mensen naar Vlaardingen. Misschien vestigden zij zich ook aldaar en vermengden zij zich met de plaatselijke bevolking.

 

De DNA-match betekent dat alle personen met de naam Zuiderent (voor zover niet een DNA test een vreemd vaderschap zou vaststellen) in mannelijke lijn van deze 1000-jaar oude Vlaardinger (of van een directe voorvader van deze) afstammen. Het geslacht Zuiderent is vrij klein, het omvat naar schatting rond 100 naamdragers. Het toeval wil dat in deze familie 2 personen zich vrij intensief met genealogie bezig houden en wel genoemde Eduard Zuiderent, die de genealogie van het geslacht Zuiderent bewerkt en zijn achterneef Arnold Zuiderent, auteur van de kwartierstaat op deze page. Bekende Zuiderents zijn o.a. de cricket-international Bas Zuiderent (zoon van Eduard) en de dichter Ad Zuiderent (broer van Arnold). Alle 4 hier genoemde Zuiderents zijn nakomelingen van Bastiaan Zuiderent, genoemd in generatie 5 van deze kwartierstaat (kwartier 16).

 

 

 

Beschrijving: image002

                                                                                                                                   Bron: AD, foto Jos Jansen

 

Eduard Zuiderent met de schedel van zijn verre familielid. Het is aan zijn vasthoudendheid te danken,

dat deze DNA-match überhaupt tot stand kwam, daar Eduard aanvankelijk niet deel mocht nemen.

De naam Zuiderent kwam namelijk niet voor in het poortersboek van Vlaardingen dat als uitgangspunt

werd genomen om de deelnemers uit te zoeken. Voorvader Willem Jorisz (generatie 13a, kwartier 4096)

gebruikte geen familienaam en was landbouwer in Maasland, vlak bij Vlaardingen. Pas zijn zoon

Cornelis Willemsz (generatie 12a) noemde zich als eerste Suijderent of Van Zuijdereijnt.

 

 

E-Mail Eduard Zuiderent: eazuiderent (at) planet.nl

                       

 

Links

            Foto's van de bekendmaking 6.7.07 in de Grote Kerk van Vlaardingen

            Dirk III van Holland (met een korrel zout te genieten)

            Vlaardingen toont gezicht oerinwoner

            Foto's onthulling gezichtsreconstructie 8.5.08 in het Vlaardings Museum

 

 

 

 

Toevalige gelijkenis?

 

Bij portretten van familieleden is veelal de eerste vraag of ze op elkaar lijken. Daar zelfs broers en neefs vaak weinig van elkaar weghebben, is een gelijkenis over een periode van 1000 jaar nauwelijks te verwachten.Toch lijken zich bepaalde trekken op onderstaande afbeeldingen voortgeplant te hebben, met name de vorm van het voorhoofd en de markante kin. Zou het toeval zijn of toch vererving?

 

 

             Beschrijving: image004                 Beschrijving: image010

Vlaardinger „Oer-Zuiderent“ ca. 1040                                     Aart Zuiderent 1884/1968

The skull compared with a family member after more than 30 generations.

 

 

De fysisch antropologe Maja d’Hollosy heeft een reconstructie gemaakt van het gezicht van de Middeleeuwse oer-Vlaardinger. Deze gezichtsconstructie is  8 mei 2008 onthuld en tentoongesteld in het Vlaardings Museum. De gelijkenis met Eduard Zuiderent was vrij frappant, hoewel mevrouw d’Hollosy nooit een foto van Eduard gezien had. Zou de mannelijke lijn de gezichtsvorm versterkt verder geven? Tenslotte betreft het slechts één voorouder van zo’n milliard, waar iemand zo’n 30 generaties geleden van afstamt....                                                                                                       

 

 

            Beschrijving: image002

                                                                                                             Foto: heleen verdonk

            Eduard Zuiderent (left) with the face reconstruction (right).  1000 years or at

            least 30 generations difference: they still seem to have some similarities...

 

             

            Beschrijving: image009

                                                                                                                                                             Foto: 31.7.2008

Another family face: Arnold Zuiderent, author of this page, confronted with

his far forefather or great-uncle at the exhibition in the Vlaardingen museum.

 

 

 

                Beschrijving: image007              Beschrijving: image011

 

            The reconstructed 1000 years’ old face compared with Bastiaan Zuiderent

            (1857-1930), first photographed man in our family line and common great-

            grandfather of Eduard and Arnold. The facial resemblance is remarkable.

 

 

 

 

 

DNA-Match der Familie Zuiderent mit einem 1000 Jahr alten Skelett

 

Die Familie Zuiderent ist eine relativ kleines Geschlecht (kaum 100 Namensträger), stammend aus dem Dorf Maasland zwischen Rotterdam und Den Haag. Kürzlich ist bekannt geworden, dass schon im 11. Jahrhundert Mitglieder der Familie Zuiderent in der Stadt Vlaardingen, westlich von Rotterdam, gewohnt haben. Die Hafenstadt Vlaardingen war damals praktisch der Hauptort der Grafschaft Holland, wo in 1018 Graf Dirk III von Holland (Theodericus III Hierosolymita) die Reichsarmee seines Onkels Kaiser Heinrich II vernichtend schlug. In diesem Zeitraum, zwischen 1000 und 1050, wurde ein Mitglied der späteren Familie Zuiderent in Vlaardingen in einem Holzsarg beerdigt. Der Mann wies Kerben in seinem Schädel auf....

 

Aus einem Pressebericht vom 07.07.2007 ist dazu folgendes zu entnehmen:

 

Eduard Zuiderent, ein pensionierter Zahnarzt aus Rotterdam ist der Nachkomme eines Mannes aus dem 11. Jahrhundert aus Vlaardingen (bei Rotterdam), dessen Schädel dort im Jahre 2002 unter dem Marktpatz ausgegraben wurde. Dies ist das Ergebnis forensischer genetischer Untersuchungen von Prof. Dr. Peter de Knijff, Dozent für Populations- und Evolutionsgenetik am medizinischen Zentrum der Universiteit Leiden (LUMC).

 

Nachdem im Jahr 2002 in Vlaardingen 41 menschliche Körper aus dem 11. Jahrhundert ausgegraben wurden, die so gut erhalten waren, dass DNS Analysen möglich waren, beschlossen die Gemeinde Vlaardingen und das LUMC, sich im Rahmen des Projektes "Graben in Vlaardingen" auf die Suche nach heute lebenden Nachkommen zu machen.

 

Die Forschungen richteten sich dabei auf das in Zähnen erhalten Y-Chromosom, das nicht nur ziemlich unverändert vom Vater an den Sohn vererbt wird, sondern auch mühelos an Stammbaumdaten der männlichen Linie (Nachnamen) koppelbar ist.

 

Die alten Zähne wurden mechanisch und chemisch gereinigt, zermahlen und in Flüssigkeit aufgelöst. Die DNA-Fragmente in der Flüssigkeit wurden danach “sequenziert“, wodurch die Reihenfolge der Basenpaare, den DNA-Bausteinen, bestimmt werden konnte. So konnten die Proben mit zehn Standard Markern des Y-Chromosoms verglichen werden.

 

In der Zwischenzeit suchte man mittels Ahnenforschung nach heute lebenden männlichen Nachkommen, den “modernen Ur-Vlaardingern“. Ausgangspunkt hierzu war das “Poorterboek“ von 1555, worin die Namen von 261 Vlaardinger Bürger vermeldet sind. Von 88 Männern, die nachweisen konnten, dass ihre Vorfahren bereits im 16. Jahrhundert oder früher in Vlaardingen wohnten, wurden Speichelproben entnommen und ihr Y-Profil daraufhin mit denen der alten Skelette verglichen.

 

Dies führte schliesslich zu einer echten Übereinstimmung (full Match, in allen Y-Merkmalen identisch) der alten DNA eines etwa 45-jährigen Mannes, begraben etwa 1000/1050, mit einem Mann aus der untersuchten Gruppe – Eduard Zuiderent, Zahnarzt aus Rotterdam und aktiver Hobby-Genealoge. Da die DNA Gruppe als sehr selten klassifiziert wurde (nur 50 von 23000 europäischen Männer gehören dazu), ist ein zufälliger Match praktisch ausgeschlossen.

 

Dies bedeutet, dass die Familie Zuiderent in direkter männlicher Linie von diesem 45-jährigen Mann aus dem 11. Jahrhundert (siehe Bild) oder mindestens von einem seiner direkten Vorfahren abstammt. Der Mann hatte einige Kerben in seinem Schädel, die jedoch geheilt waren und nicht zum Tode geführt haben.

 

Der bislang ältest bekannte Zuiderent war Willem Jorisz, geb. ca. 1520, ein Bauer mit recht viel Land in Maasland, ein Nachbardorf von Vlaardingen. Sein Sohn Cornelis Willemsz führte als Erster den Nachnamen Zuiderent, damals als Suijderent oder Van Zuijdereijnt geschrieben. Mit der DNA-Untersuchung wurde der Stambaum somit um etwa 500 Jahren verlängert, allerdings ohne Namen oder weiteren Angaben zu den einzelnen Ahnen.

 

Seit Mai 2008 ist eine Gesichtsrekonstruktion des Mannes im Museum Vlaardingen ausgestellt. Obwohl die physische anthropologin, die die Rekonstruktion auf Grund des Schedels angefertigt hat, Eduard Zuiderent nie gesehen hatte, sind Ähnlichkeiten zwischen den beiden augenfällig (siehe Abbildungen oben). Die Frage ist nur ob dies kein Zufall ist, sind docht die physischen Eigenschaften eines Menschen vom autosomalen DNA abhängig, stammend von 2 Eltern, 4 Grosseltern, etc. Oder hat vielleicht die männliche Linie einen besonderen Einfluss auf das Aussehen eines Mannes?

 

 

 

 

DNA match of a Zuiderent family member with a 1000 years old skeleton

 

The roots of the Zuiderent family, a small family with less than 100 members worldwide, have been located in the village of Maasland near the town of Vlaardingen, West of Rotterdam. The first documented member of the family was Willem Jorisz, a well-to-do farmer in Maasland, very near to Vlaardingen, who was born around 1520. His son Cornelis Willemsz was the first member if the family bearing the name Zuiderent, in the 17th century written as Suijderent or also Van Zuijdereijnt. However, since 2007 it has been proven that members of the Zuiderent family already lived in the region in the 11th century.

 

As announced in a press release of Reuters of July 2007, Dutch archaeologists have matched the DNA of a member of the Zuiderent family, Mr. Eduard Zuiderent, a retired dentist in Rotterdam, to his ancestor who lived during the 11th century in the town of Vlaardingen. Ahead of planned building work, an excavation in 2002 found a graveyard dating from around 1000 - 1050 AD. Archaeologist Tim De Ridder said coffins were excavated due to planned building work. "This is one of the 41 individuals we found over there, very well preserved. The coffins would be destroyed by the new buildings and that’s the reason why we went to excavate over there," he said. 

 

Only people who could prove generations of their family had descended from Vlaardingen were accepted into the lengthy process of identifying relatives. A book called the Book of Inhabitants which listed all residents in Vlaardingen during the sixteenth century helped many to discover how far back their family roots ran. Once accepted into the study DNA samples were taken and sent to the Leiden University in Leiden, 15 km north of The Hague, where tests were carried out. Test results, which took six months to complete, were released on July 6 2007. Only one full match was found, the Y-DNA of Mr. Zuiderent was the same as the Y-DNA of a 45-years old man (see picture).

 

 41 skeletons were found in the graveyard of which 32 had their DNA intact which enabled scientists to match them with 88 residents of Vlaardingen. Unwrapping his ancestor's skull out of a cardboard box, Zuiderent said: "We happen to be relatives. Some maybe 35 generations ago, I don't know. It's maybe an uncle, maybe not a direct father, but a brother or an uncle or a nephew, but we have identical same DNA," he said adding it was an incredible feeling to hold his ancestors skull.  The municipality of Vlaardingen is the first town in the Netherlands to have made a DNA match between a living man and his ancestor.

 

The area around Vlaardingen was already settled by about 2900BC to 2600BC. In 1990, a 3300 year old skeleton was dug up at the edge of Vlaardingen. But between the 2nd half of the 3rd century and the beginning of the 8th century, the region was uninhabited. In 726 or 727 the area is again mentioned as Marsum, where a little church was founded around which Vlaardingen formed.  In 1018 it was a stronghold of Count Dirk III (Theodericus III Hierosolymita), who levied an illegal toll on ships on the Meuse river. An army sent by his uncle German Emperor Henry II in order to stop the toll was defeated by Dirk III in the Battle of Vlaardingen in 1018.

This means, that the first known Zuiderent, who died between 1000 and 1050 in Vlaardingen, may have lived there during that battle or even participated in it. His braincase shows some haeled dents on the right side......

 

Since May 2008 a reconstruction of the face if this man is shown in the museum of Vlaardingen. It is made by an physical anthropologist, using the skull. And look: we see some similarities between this reconstruction and the face of one of his far descendents, Eduard Zuiderent (see also pictures above). Is this by pure chance or are certain physical characteristics, for example the shape of a mans head, perhaps especially dependent on the man’s line and not equally dependent on 2 parents, 4 grandparents etc. via the autosomal DNA?

 

            Beschrijving: image013

                                                                                                                             Foto: Rijnmond

            Eduard Zuiderent with the skull and a face reconstruction  of the earliest

            known member of the Zuiderent family, buried around 1040 in Vlaardingen.

 

          

 

 

 

Genografie

 

Zou het misschien ook mogelijk zijn d.m.v. DNA onderzoek te bepalen tot welk volk onze voorvaderen behoorden? Als ik aan het Westland denk als bakermat van de familie Zuiderent, dan zouden het wel eens Cananefaten (vroeger Kaninefaten genaamd) geweest kunnen zijn, die immers aan de kust woonden met hun centrum in Forum Hadriani (Voorburg). Of misschien eerder Friezen (die later de kuststreek bewoond zouden hebben) of Franken, je komt er waarschijnlijk nooit achter. Toch is er een nieuwe wetenschap, die misschien nog eens een antwoord op zulke vragen kan geven: de genografie.

 

Genografie is een jonge tak van wetenschap die onderzoek doet naar de afstammingsgeschiedenis van de mens op grond van DNA. Bepaalde types DNA vertonen slechts zelden mutaties, waarbij we in perioden van meerdere 1000 jaar moeten denken. Na zo’n mutatie ontstaan 2 takken in de stamboom: één tak die zonder deze mutatie verder gaat en één tak met gemuteerd DNA. Is de gemiddelde mutatiesnelheid bij benadering bekend, dan kan aan de hand van de DNA-verschillen tussen 2 personen geschat worden wanneer hun takken zich gesplitst hebben, dus wanneer ze een gemeenschappelijke voorouder hadden.

 

Van de genografie worden waardevolle aanvullingen verwacht op traditionele archeologische studies over migratiebewegingen. De geografische spreiding van bepaalde mutaties kan namelijk gebruikt worden om migratiepatronen in de mensheidsgeschiedenis te achterhalen. Zo zou zich volgens de genografie de wieg van de mensheid in Afrika bevinden, van waar uit niet alleen Azië en Europa maar ook Amerika (vooral via de Beringstraat) en Australië (via de kust van Azië) bevolkt zouden zijn. Deze migratiebewegingen hebben langs de migratieroute als stille getuige hun sporen in het DNA-patroon van de plaatselijke bevolking achtergelaten.

 

 

Mannelijke en vrouwelijk afstammingslijnen

 

In de praktijk wordt er gebruikt gemaakt van twee soorten DNA, die het mogelijk maken een globale genealogie van de mensheid op te stellen op een tijdschaal van tienduizenden jaren:

 

 

Wie wel eens een kwartierstaat bekeken heeft, begrijpt dat deze afstammingslijnen slechts een klein gedeelte van ons erfgoed representeren. Gaan we zo’n 1000 jaar terug, dan hebben we theoretisch meer dan een miljard voorouders, waarbij dit uiteraard gedeeltelijk dezelfde personen zullen zijn. Maar kijken we slechts naar de bovengenoemde twee lijnen, de mannelijke afstammingslijn via de vader en de vrouwelijke via de moeder, dan praten we over niet meer dan 2 voorouders, ook 1000 jaar geleden. Het kleine stukje erfgoed, dat door deze twee personen verder gegeven wordt, verdwijnt in het niet in de gehele erfgoed-mix van de meer dan een miljard voorouders!

 

Wij beperken ons hier verder zelfs tot de mannelijke afstammingslijn, dus het Y-chromosoom DNA. Deze komt in de regel overeen met de vererving van de familienaam en representeert de lijn die ook in de genealogie de grootste rol speelt. In de verwarrende complexiteit van ons totale voorgeslacht brengt de beperking tot de afkomst van de familienaam uiteraard een grote vereenvoudiging. Anderzijds geeft deze beperking ook een enorm verlies aan informatie over ons erfgoed. Veel deelnemers aan DNA tests lijken zich deze beperking niet bewust te zijn. In discussieforums verbazen zich er vooral Amerikanen nog al eens over, dat ze volgens DNA test tot bevolkingsgroep x zouden behoren terwijl de uiterlijke kenmerken duidelijk op groep y wijzen. De invloed van de vaderlijke lijn hoeft immers niet uiterlijk zichtbaar te zijn, noch zich in verdere eigenschappen te manifesteren.  De meeste physische eigenschappen van een mens, zoals lengte, kleur van de ogen etc., hangen namelijk niet af van het Y-DNA of het mtDNA maar van het autosomale DNA, geërfd van 2 ouders, 4 grootouders, 8 overgrootouders, etc.

 

 

Haplogroepen

 

In de genealogie wordt van zgn. STR Short Tandem Repeats gebruik gemaakt, dat zijn korte sequenties in het DNA, die zich tot 20 maal herhalen kunnen. Tussen vader en zoon ontstaat nogal eens een „copiëerfout“, mutatie genaamd, waardoor het aantal herhalingen om één punt kan verschillen. De getalswaarde (d.w.z. het aantal herhalingen) van de betreffende „STR-merker“ is dan bv. 12 bij de zoon i.p.v. 13 bij de vader. Een combinatie van zo’n 16 tot 67 zulke STR-merkers bepaalt het zgn. HAPLO-type, d.w.z het DNA-profiel waaruit verwantschap aangetoond kan worden, bv. bij de bovengenoemde oer-Vlaardinger.

 

In de genografie daarentegen worden zgn. SNP Single Nucleotid Polymorphisms gebruikt, een zeer zelden voorkomend type DNA-mutatie, ook wel puntmutatie genaamd. Het betreft een verandering in een enkel basispaar op het DNA molecuul, een zeldzame verandering, die dan echter over honderden generaties van vader op zoon verder gegeven wordt. We praten hier dan over perioden van (tien-)duizenden jaren en over merkers die voor hele bevolkingsgroepen gelden.

 

Op grond van deze SNP-mutaties in het onderzochte (Y-)DNA kunnen de onderzochte personen in zgn. HAPLO-groepen ingedeeld worden. Zo’n groep wordt wel vergeleken met een volksstam of een clan, waarvan de meeste leden in de (pre)historie dezelfde migratieweg gevolgd zijn. De dominante haplogroepen in Noordwest-Europa voor mannen zijn R1b en I, waartoe respectievelijk ca. 50% en 25% van de bevolking behoort.

 

Een DNA onderzoek bij de organisatie Family Tree DNA heeft aangetoond, dat de Zuiderents tot de haplogroep R1b behoren, of meer precies tot de ondergroep R1b_U106.

 

Migratieweg van haplogroep R1b

 

De migratieweg van de R1b groep zou volgens onderstaand kaartje verlopen zijn. De merkers M168 t/m M343 geven aan waar een mutatie plaats gehad zou hebben, waardoor de nieuwe deelstam zich van de hoofdstam onderscheiden kon.

 

Zo zou de mutatie M89 zo’n 45’000 jaar geleden bij een man in het Midden Oosten plaatsgevonden hebben, die daardoor als voorvader van de meeste Europeanen en Aziaten geldt. Bij meer dan 90 % van de niet-Afrikaanse mannen is merker M89 in het Y-DNA aanwezig. Later vond weer een scheiding plaats bij M9, waarbij één groep in richting India en Pakistan getrokken is, terwijl de andere – waar onder de nakomelingen van onze voorvader met mutatie M9 – in richting Centraal Azië verder ging. Van deze M9-groep zouden de meeste inwoners van het Noordelijk Halfrond afstammen, behalve de Europeanen ook de Oost-Aziaten en de meeste Indianen.

 

Zo’n 35’000 jaar geleden, vond bij een man onder de M9-groep in Centraal Azië de mutatie met merker M45 plaats. Hij zou de voorvader zijn van de meeste Europeanen, maar ook  van een groot deel van de precolumbiaanse Amerikanen, die afsloegen in richting Beringstraat. Zo’n 5000 jaar later trad merker M207 op in een clan, die na een lang oponthoud in Centraal Azië afsloeg in de richting van het Europese subcontinent. We gaan hier niet in op de klimatologische veranderingen (ijstijden etc.) die de richting van de tocht uiteraard sterk beïnvloed hebben.

 

Dan volgde een man met merker M173, wiens nakomelingen behoren tot de eerste grote golf van mensen die in Europa voet vatten. Hun aankomst luidde het uitsterven in van de Neanderthalers in dit gebied. Toen zo’n 20’000 jaar geleden de laatste ijstijd aanbrak, trok de bevolking uit het noordelijk deel van Europa zich terug in het warmere zuiden, waar ze in Spanje, Italië en de Balkan overleefden, om bij hogere temperaturen weer terug te keren naar het noorden. De mensen met merker M173 kozen voornamelijk Spanje als refugium, waarna ze zich voor een groot gedeelte in Noord Frankrijk en op de Britse eilanden vestigden.

 

Intussen trad in de M173 groep een mutatie met merker M343 op (ontdekt in 2004), deze definieert uiteindelijk de haplogroep R1b, die de expansie in Europa domineerde. Het grootste gedeelte van de groep R1b behoort met de merkers P25 en M269 tot de ondergroep R1b1b2.  Men spreekt wel van de Cro-Magnum mensen, die o.a. verantwoordelijk zijn voor spectaculaire grotschilderingen van bizons, paarden en andere dieren in Zuid-Frankrijk, zeer vroege uitingen van artistieke begaving.  Een der subgroepen van R1b1b2 is de “Friese Haplogroep” R1b_U106.

 

 

            Beschrijving: image014

                                                                                                              afbeelding: National Geographic

 

                De migratieroute van het volk met haplogroep R1b verloopt van Afrika door met Midden Oosten en Cen-

                traal Azië naar Europa, waar ze de Neanderthalers verdrijven. Tijdens de ijstijd “overwintert” de groep

                voornamelijk in Spanje, om zich daarna o.a. in Noord-Frankrijk en op de Britse Eilanden te vestigen.

 

           

 

De “Friese” subgroep R1b_U106

 

Zoals boven vermeld, behoren de Zuiderents tot de sub-haplogroep R1b_U106 die pas kort geleden ontdekt is. Deze wordt wel de “Friese” haplogroep genoemd, daar ze (volgens de huidige, zeer schaarse gegevens) in de provincie Friesland haar hoogste dichte bereikt. Zij beperkt zich echter niet tot het gebied dat wel “Greater Frisia of „Frisia Magna“ genoemd wordt. Behalve in Noord Duitsland en in Denemarken zien we ook in Engeland een vrij grote dichte van R1b_U106, terwijl zelfs in Oost-Europa een deel van de bevolking tot deze groep gerekend wordt.

 

            Beschrijving: image015

                                                                                                                 afbeelding: EthnoAncestry

Veel Europeanen behoren tot haplogroep R1b (oranje + geel), in sommige streken meer dan 50%

van de bevolking. De grootste ondergroep R1b_U106 (oranje) wordt soms wel de „Friese“ haplogroep

genoemd, daar deze in Friesland haar piek bereikt. Zij maakt totaal ca. 35% van de R1b-groep uit.

               

 

Over de ouderdom en de plaats van de mutatie met de merker U106/S21, die deze haplogroep definieert, zijn de geleerden het nog niet eens (men vermoedt minstens 7000 jaar v. Chr. en wel in Noord Europa. Een tot de verbeelding sprekende plaats is ook Doggerland in de huidige Noordzee, soms wel vereenzelvigd met Atlantis). Het is ook niet duidelijk of deze “Friezen” zich tijdens de laatste ijstijd in een zuidelijk refugium teruggetrokken hebben. Wellicht is de mutatie van jongere datum dan deze ijstijd of heeft dit volk in het noorden overleefd. Momenteel wordt op verschillende internet-forums over dit soort vragen gespeculeerd. Voor de beantwoording ervan is waarschijnlijk veel verder onderzoek nodig. De verschillende websites op dit gebied geven soms de indruk dat men veel meer pretendeert te weten dan wetenschappelijk verantwoord is. Voorzichtigheid met conclusies is daarom nodig, temeer daar deze wetenschap nog in de kinderschoenen staat.

 

Bij Family Tree DNA gaf men mij bij een eerste test met resultaat R1b op een certificaat aan dat wij tot het “oervolk der Kelten” zouden behoren en afkomstig zouden zijn uit Groot Brittanië. Dit geeft de indruk dat men van deze commerciële organisatie niet alleen wetenschappelijk verantwoorde uitspraken kan verwachten, het geheel doet eerder aan astrologie denken..... Bij een latere test, die de ondergroep R1b_U106 als resultaat had, onthield men zich van zulke uitspraken.

 

Waren de Zuiderents Friezen?

 

De naam “Friese” haplogroep suggereert dat de Zuiderents van Friese afkomst zouden zijn, wat niet verwondert, daar deze ook de Hollandse kuststreek bewoond zouden hebben. Ook in de beschrijvingen van de slag bij Vlaardingen in 1018 (toen daar dus reeds familieleden woonden) wordt steeds over Friezen gesproken: zowel de plaatselijke bevolking als Dirk III en zijn soldaten worden Friezen genoemd. Het lijkt mij echter (nog) niet mogelijk om uit het toebehoren tot een haplogroep te weten of iemands voorvaderen (we praten nog steeds uitsluitend over de mannelijke lijn) tot de uit de schoolboeken bekende Friezen, Franken of Saksen behoorden, laat staan tot de Bataven of Cananefaten. Dit zou natuurlijk leuk zijn, maar wellicht onderscheidden zich zulke bevolkingsgroepen – voor zover ze überhaupt als aparte groepen bestaan hebben – niet zozeer genetisch maar eerder cultureel. Waarschijnlijk zijn deze volksstammen ook veel jonger dan de jongst bekende haplogroep splitsingen. Verder is het nog maar de vraag, hoeveel procent van de bevolking überhaupt tot dit soort stammen, die we voornamelijk van Romeinse historici kennen, behoorden. Wellicht betrof het slechts een kleine bovenlaag van de bevolking, terwijl de inheemse boeren, vissers, etc. gedurende eeuwen gewoon dezelfde bleven.

 

Recente studies en discussies over de haplogroep R1b_U106 wijzen er op, dat deze groep zeer wijd verbreid is. De grote dichte van de groep in Frisia Magna lijkt vooral te gelden voor een subgroep, wel „Frisian Clade“ genaamd. Tot deze subgroep behoort het haplotype van de Zuiderentjes duidelijk niet, het wijkt op minstens 3 punten daarvan af. Verder is in april 2009 komen vast te staan, dat ook de nieuw gevonden merker L48, die een nieuwe Haplogroep R1B_U106_L48 definieert, welke grof met de “Frisian Clade” lijkt overeen te komen, bij ons niet aanwezig is. Dus waren de Zuiderents vrij zeker geen typische Friezen, zie ook beneden.

 

De laatste ontwikkeling is, dat we tot een ondergroep R1b-U106x behoren, die volgens eerste tellingen in Nederland circa 10% van de mannelijke bevolking omvat. In andere landen lijkt dit percentage lager te liggen: België en Zweden ieder 3,5%, Zuidwest Frankrijk 3%, Noord-Ierland 2,5%, Denemarken 2%, Engeland 1,5%, Zwitserland en Zuid-Duitsland ieder 1%. Dit zijn zeer onprecieze cijfers vanwege het kleine aantal proefpersonen. Een betere benadering kan in de toekomst worden verwacht. Daar deze groep vrij klein is, zijn toekomstig wellicht interessante conclusies of vermoedens mogelijk. In ieder geval lijkt het een typisch Nederlandse groep te zijn.

 

“Zonen van Adam”

De resultaten van het project „Genetische genealogie in Nederland“ zijn in een boekwerk “Zonen van Adam in Nederland”, uitgegeven eind 2008 bij Barjesteh van Waalwijk van Doorn & Co, samengevat. Er zijn zo’n 400 stamreeksen opgenomen met vermelding van haplogroep en haplotype (waaronder ook een geïllustreerde stamreeks Zuiderent op blz. 391). Het boek geeft een beeld van de samenstelling van de Nederlandse bevolking onder het gezichtspunt van de diverse haplogroepen en hun waarschijnlijke herkomst. Rond de helft van de deelnemers blijkt tot haplogroep R1b1b2 (in het boek nog “R1b3” genoemd) te behoren en ca. 33% tot groep I. Helaas wordt R1b3 nog niet verder onderverdeeld, de “Friese” merker U106 – die juist voor Nederland een interessante indeling zou kunnen geven – werd niet getest. Wel wordt betreffend de Friezen een ongewone suggestie gedaan. De haplogroep I blijk vooral in Zuidwest-Friesland, West-Friesland, langs de kust van Zuid-Holland en in Noordwest-Brabant een dominante positie in te nemen tegenover R1b3. Hetzelfde geldt voor de Vlaamse kust tot ten Zuiden van Duinkerken. Men brengt dit meestal in verband met de activiteiten van de Vikingen in  deze gebieden. Het zou echter – volgens dit boek – ook met het zgn. “Friese koninkrijk” te maken gehad kunnen hebben, de Friezen waren veel eerder dan de Vikingen in deze gebieden aanwezig. Een interessante gedachte, die echter lijnrecht lijkt in te gaan tegen de hypothese dat de Fiezen tot de groep R1b_U106 behoord zouden hebben. Verder geeft het boek op blz. 58 een impliciete aanwijzing dat de graven van Holland, die oorspronkelijk graven in West-Friesland waren (en volgens verschillende hypothesen van Radbout V van Friesland zouden afstammen) tot de vrij zeldzame haplogroep G behoren. Het laatste woord is ook hier zeker nog niet gesproken, wel kan vermoed worden dat ook vroegere volksstammen als Friezen, Franken en Saksen in zich zelf reeds een vrij grote vermenging van haplogroepen vertoonden.

 

Nomenclatuur

 

Hier is de naam R1b_U106 gebruikt, naar de bestemmende merker U106. Dit omdat omtrent de nomenclatuur nog geen eenstemmigheid heerst.

Men gebruikt als benaming ook R1b_U106/S21. De merkers S21 en U106 zijn identiek, ook bekend als M405 (deze drie SNP’s zijn gelijk maar apart ontdekt).

Oorspronkelijk werd de „Friese“ haplogroep R1b1c9 genoemd, men komt dit in verschillende geschriften nog tegen.

R1b1b2 werd oorspronkelijk (2003 tot 2005) R1b3 *) genoemd, later (2005 tot 2008) R1b1c, vandaar de toenmalige benaming R1b1c9 als ondergroep.

Als subgroep van R1b1b2 werd later voor R1b_U106 de benaming R1b1b2g gebruikt (tot 10.2008 door FamilyTreeDNA).

De ISOGG gebruikt echter nieuw R1b1b2a1a1, het lijkt me nog niet zeker welke benaming zich doorzet.

FamilyTreeDNA gebruikt sinds 11.2008 R1b1b2a1a, dus een letter minder..... Zou de merker L48 positief zijn, dan komt er nog een getal 4 achter, enz....

De ondergroep R1b-U106x wordt bij FTDNA R1b1b2a1a* genoemd en bij ISOGG R1b1b2a1a1*.

 

 

*) In de resultaten van het project „Genetische genologie in Nederland“, die eind 2008 bekend gegeven werden, wordt nog altijd de oude uitdrukking R1b3 gebruikt. Men wil men zich blijkbaar door de razende veranderingen niet gek laten maken.

 

Bronnen/Literatuur:     

 

Wikipedia Genografie

FamilyTreeDNA

Wikipedia R1b1b2a1
Bryan Sykes: De zeven dochters van Eva, ISBN10: 9041705279

Robin McKie: Face of Britain, How our genes reveal the history of Britain, ISBN-13: 978-0-7432-9529-1

Discussiegroep R1b1c_U106-S21

Discussiegroep ISOGG

 

 

 

 

 

 

April 2008, Arnold Zuiderent